Skip to content

Box 3: ontmoedigt de overheid zelfbeheer van crypto?

Waarom zouden crypto in een eigen wallet en fysiek edelmetaal in eigen beheer mogelijk anders worden belast dan vergelijkbaar bezit via een broker of vermogensbeheerder? Box 3 moet zelfbeheer niet fiscaal ontmoedigen.

e nieuwe box 3-plannen roepen een fundamentele vraag op over gelijke behandeling: waarom zou iemand die crypto in een eigen wallet bewaart of goud en zilver fysiek zelf bezit, mogelijk belasting moeten betalen over een jaarlijkse waardestijging, terwijl iemand met vergelijkbare economische blootstelling via een broker of vermogensbeheerder pas bij verkoop met belastingheffing te maken krijgt?

Dat is geen klein technisch detail. Het raakt aan de vrijheid om zelf te bepalen hoe je je eigendom bewaart. Wie een eigen wallet gebruikt, beheert zelf de privésleutels en draagt zelf de verantwoordelijkheid voor beveiliging en herstel. Wie edelmetalen fysiek bewaart, houdt het bezit zelf onder controle. Wie via een financiële instelling belegt, kiest voor een andere juridische verpakking en besteedt taken uit. Die keuze mag niet zonder overtuigende reden leiden tot een fiscaal nadeel voor zelfbeheer.

Een waardestijging is nog geen besteedbaar geld

Vermogensaanwasbelasting kan betekenen dat belasting verschuldigd wordt over een stijging op papier, ook als iemand niets heeft verkocht en dus geen geld heeft ontvangen om de belasting uit te betalen. Dat is extra wrang bij bezittingen die juist bewust buiten een tussenpersoon worden gehouden: iemand kan gedwongen worden vermogen te verkopen om belasting over een niet-gerealiseerde winst te kunnen voldoen.

Daarbij dreigt een ongelijke uitkomst wanneer zelf aangehouden crypto of fysiek edelmetaal onder een jaarlijkse aanwasbenadering valt, terwijl een vergelijkbaar financieel product via een broker of vermogensbeheerder onder een regeling valt waarbij de winst pas bij realisatie wordt belast. De juridische vorm van een product kan relevant zijn, maar de overheid moet dan wel helder uitleggen waarom economisch vergelijkbaar bezit anders wordt behandeld. De keuze voor zelfbeheer mag niet stilzwijgend de doorslag geven.

Wie zelf de verantwoordelijkheid neemt voor zijn bezit, mag niet fiscaal worden benadeeld omdat hij geen broker, custodian of vermogensbeheerder inschakelt.

Zelfbeheer is geen belastingtruc

Een eigen wallet is geen poging om vermogen onzichtbaar te maken. Het is een manier om zelf de controle over digitale bezittingen te houden. En fysiek goud of zilver zelf bewaren is een andere vorm van eigendom dan een fonds of beleggingsproduct aanhouden. Dat onderscheid kan administratieve gevolgen hebben, maar het mag niet automatisch betekenen dat de burger die zelfstandig handelt zwaarder wordt belast dan iemand die dezelfde blootstelling via een financiële tussenpersoon organiseert.

De overheid mag redelijke eisen stellen aan waardering, bewijs en aangifte. Ook mag zij verschillen tussen juridische producten meewegen. Maar uitvoeringsgemak of betere gegevensbeschikbaarheid is niet vanzelf een rechtvaardiging voor een fiscale prikkel die burgers richting brokers en vermogensbeheerders duwt. Regels moeten proportioneel zijn, voorspelbaar werken en de vrijheid om zelf bezit te beheren respecteren.

De wetgever moet het verschil expliciet maken

De hervorming van box 3 is nog in beweging. Het kabinet heeft een route aangekondigd waarbij de behandeling van verschillende vermogenscategorieën gefaseerd verandert; de precieze wettelijke uitwerking en overgangsregels moeten nog worden vastgesteld. Juist daarom moet de wetgever vóór invoering expliciet maken hoe eigen wallets, crypto bij een broker, fysiek edelmetaal en vergelijkbare financiële producten worden behandeld — en waarom eventuele verschillen gerechtvaardigd zijn.

Freedom Matters vraagt om één helder uitgangspunt: economisch vergelijkbaar bezit moet niet verschillend worden belast enkel omdat de eigenaar kiest voor zelfbeheer in plaats van een tussenpersoon. Als de overheid tóch onderscheid maakt tussen jaarlijkse waardestijging en belasting bij verkoop, moet zij aantonen dat dit onderscheid inhoudelijk noodzakelijk, evenredig en begrijpelijk is. Digitale en financiële autonomie mogen geen luxe worden die alleen overblijft als je je bezit aan een instelling toevertrouwt.

Did you enjoy this article?

Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.

Across the AtmosphereDiscussions