AI moet herkenbaar zijn, maar wie ziet de labels eigenlijk?
Een video waarin een politicus iets zegt wat nooit is uitgesproken. Een stem die klinkt als die van een familielid. Een nieuwsbericht dat overtuigend oogt, maar grotendeels door kunstmatige intelligentie is gemaakt. Zulke beelden en teksten kunnen het vertrouwen in informatie aantasten, juist omdat ze echt lijken. Daarom is transparantie over AI geen technisch detail,...
en video waarin een politicus iets zegt wat nooit is uitgesproken. Een stem die klinkt als die van een familielid. Een nieuwsbericht dat overtuigend oogt, maar grotendeels door kunstmatige intelligentie is gemaakt. Zulke beelden en teksten kunnen het vertrouwen in informatie aantasten, juist omdat ze echt lijken. Daarom is transparantie over AI geen technisch detail, maar een voorwaarde voor een vrije samenleving waarin mensen zelf kunnen beoordelen wat ze zien en horen.
Sinds 2 augustus 2026 gelden in de Europese Unie nieuwe transparantieverplichtingen uit de AI-verordening. Mensen moeten in bepaalde situaties kunnen herkennen dat zij met een AI-systeem communiceren. Aanbieders moeten gegenereerde of gemanipuleerde audio, beelden, video en tekst in beginsel voorzien van een machineleesbare markering. Ook gelden er regels voor het duidelijk labelen van deepfakes en bepaalde AI-gegenereerde of gemanipuleerde teksten die bedoeld zijn om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang.
Wie informatie kan vervalsen op een manier die nauwelijks van de werkelijkheid te onderscheiden is, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor de herkenbaarheid ervan.
De regels zijn niet zo eenvoudig als een verplicht stickertje op ieder stukje AI-content. De wet maakt onderscheid tussen technische markeringen die door systemen kunnen worden herkend en labels die mensen daadwerkelijk te zien krijgen. De zichtbare labelplicht geldt voor specifieke soorten content en situaties, niet automatisch voor ieder privégebruik van AI of iedere tekst die met hulp van AI is geschreven. Die afbakening is belangrijk: transparantie moet betekenisvol zijn en mag niet worden verward met een algemeen verbod op AI-gebruik.
Toch is er reden om kritisch te blijven. Een machineleesbare markering kan nuttig zijn voor platforms en detectiesystemen, maar is niet hetzelfde als een duidelijke waarschuwing voor de persoon die een video op zijn tijdlijn ziet. Wie op een telefoon een fragment doorgestuurd krijgt, heeft weinig aan metadata die niet zichtbaar is of onderweg verloren gaat. Een label moet mensen helpen om informatie op waarde te schatten, niet alleen een technisch vinkje opleveren waarmee een aanbieder kan zeggen dat aan de regels is voldaan.
Daar komt een actuele complicatie bij. Voor AI-systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren, is voor de verplichting om gegenereerde content machineleesbaar te markeren en detecteerbaar te maken een overgangstermijn tot 2 december 2026 afgesproken. Voor de andere toepasselijke transparantieverplichtingen geldt die uitstelregeling niet. Dat betekent dat aanbieders van bestaande systemen nog maar korte tijd hebben om hun technische markeringen op orde te brengen.
Een overgangstermijn kan praktisch nodig zijn, maar hij mag geen excuus worden om transparantie op papier te regelen en in de praktijk achter te laten. De komende weken moeten aanbieders laten zien hoe hun markeringen werken, hoe robuust ze zijn en wat er gebeurt wanneer content wordt gekopieerd, bewerkt of opnieuw geüpload. Platforms moeten bovendien voorkomen dat duidelijke waarschuwingen verdwijnen in een interface waarin de gebruiker ze nauwelijks opmerkt.
Ook labels lossen niet alles op. Een gemarkeerde video kan nog steeds misleidend zijn, en een niet-gemarkeerde video is niet automatisch echt. Markeringen kunnen fouten bevatten of worden verwijderd. Daarom blijven onafhankelijke journalistiek, controle van bronnen, digitale geletterdheid en verantwoord platformbeleid onmisbaar. De wet kan de verantwoordelijkheid voor betrouwbare informatie niet volledig bij een klein symbooltje leggen.
De Europese Commissie heeft hiervoor een vrijwillige gedragscode gepubliceerd die aanbieders en gebruikers van AI-systemen helpt de wettelijke verplichtingen na te leven. Die code is vrijwillig; de toepasselijke verplichtingen uit de AI-verordening zelf zijn dat niet. Organisaties die de code niet ondertekenen, moeten op een andere manier kunnen aantonen dat zij aan de wet voldoen. Dat onderscheid verdient aandacht: een praktische route voor naleving mag niet worden verward met vrijblijvendheid over de wettelijke plicht.
Freedom Matters vindt dat transparantie geen formaliteit mag zijn. Mensen hebben recht op een eerlijke kans om te begrijpen of ze met een machine praten en of beelden of teksten kunstmatig zijn gegenereerd of gemanipuleerd. Dat raakt aan privacy, autonomie en menselijke waardigheid: zonder betrouwbare informatie kunnen mensen moeilijk zelfstandig oordelen, toestemming geven of deelnemen aan het publieke debat.
De komende deadline is daarom meer dan een technische mijlpaal. Aanbieders moeten aantoonbaar werk maken van betrouwbare markeringen, platforms moeten waarschuwingen begrijpelijk en zichtbaar houden en toezichthouders moeten optreden wanneer wettelijke verplichtingen worden genegeerd. AI hoeft niet verdacht te zijn om controleerbaar te moeten zijn. Wie de technologie inzet om informatie te maken of te verspreiden, moet ook helpen voorkomen dat mensen doelbewust op het verkeerde been worden gezet.
Did you enjoy this article?
Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.