Skip to content

Als camera’s zelf gaan zoeken: hoe ver mag AI-surveillance gaan?

Een camera die alleen registreert wat er gebeurt is al een stevige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Maar wat gebeurt er wanneer die camera niet meer alleen kijkt, maar ook zelfstandig gaat zoeken? Dat is precies de vraag die nu in Spanje op tafel ligt. De Spaanse privacytoezichthouder AEPD heeft op 6 oktober 2026 twee...

en camera die alleen registreert wat er gebeurt is al een stevige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Maar wat gebeurt er wanneer die camera niet meer alleen kijkt, maar ook zelfstandig gaat zoeken?

Dat is precies de vraag die nu in Spanje op tafel ligt. De Spaanse privacytoezichthouder AEPD heeft op 6 oktober 2026 twee gemeenten gewaarschuwd over geplande videobewakingssystemen waarin kunstmatige intelligentie beelden automatisch analyseert. In het ene project gaat het onder meer om gezichtsdetectie of gezichtsherkenning. In het andere kunnen personen worden gezocht op basis van hun uiterlijke kenmerken.

Een camera die mensen automatisch kan herkennen en terugvinden, verandert van een observatiemiddel in een systeem dat gedrag en identiteit aan elkaar kan koppelen.

De AEPD zegt niet dat iedere toepassing van AI in cameratoezicht verboden is. De toezichthouder verlangt wel dat gemeenten vooraf duidelijk maken welke functionaliteiten werkelijk nodig zijn, welke risico’s de verwerking voor mensen oplevert en welke waarborgen worden ingebouwd.

Dat klinkt technisch. Het is het niet.

Bij gewone camerabewaking is achteraf nog te bepalen wat een camera heeft vastgelegd. Bij geautomatiseerde analyse kan het systeem ondertussen zelf bepalen welke kenmerken relevant zijn. Een gezicht, kleding, lichaamsbouw of andere uiterlijke kenmerken kunnen onderdeel worden van een zoekopdracht. Daarmee verschuift de rol van technologie: van registreren naar selecteren.

En juist daar ontstaat een fundamentele vraag. Wie bepaalt wanneer iemand interessant genoeg is om door een algoritme uit een menigte te worden gehaald?

De aantrekkingskracht van dergelijke systemen is begrijpelijk. Politie en gemeenten zoeken naar manieren om veiligheid efficiënter te organiseren. AI kan grote hoeveelheden beeldmateriaal veel sneller analyseren dan mensen. Maar efficiëntie is geen zelfstandige rechtvaardiging voor iedere technische mogelijkheid.

Het risico zit niet alleen in een foutieve herkenning. Ook een systeem dat technisch goed werkt, kan maatschappelijk ongewenst worden ingezet. Wanneer mensen weten dat camera’s niet alleen opnemen, maar ook automatisch kunnen zoeken naar bepaalde personen of kenmerken, kan dat invloed hebben op hoe vrij zij zich in de openbare ruimte voelen.

Dat raakt aan meer dan privacy. Het raakt aan menselijke waardigheid en aan de vrijheid om je in het openbaar te bewegen zonder voortdurend het gevoel te hebben dat een systeem je beoordeelt.

De waarschuwingen van de AEPD zijn daarom interessant. Ze laten zien dat de discussie over AI-surveillance niet pas hoeft te beginnen wanneer een systeem daadwerkelijk in gebruik is. Juist vóór de aanschaf en implementatie moet duidelijk zijn wat een systeem kan, welke gegevens worden verwerkt en waarom iedere afzonderlijke functie noodzakelijk is.

Dat lijkt een vanzelfsprekend uitgangspunt. Toch is het precies het soort uitgangspunt dat gemakkelijk onder druk komt te staan wanneer technologie eenmaal beschikbaar is. Als een camera technisch ook gezichten kan herkennen, ontstaat al snel de verleiding om die mogelijkheid als extra veiligheidsfunctie mee te nemen.

Maar niet alles wat technisch mogelijk is, hoeft maatschappelijk wenselijk te zijn.

De komende jaren zal die grens steeds belangrijker worden. AI maakt camera’s slimmer, maar daarmee wordt de vraag wie er wordt bekeken, waarom dat gebeurt en wat er met die analyse gebeurt ook steeds belangrijker.

Een openbare ruimte waarin technologie voortdurend kan zoeken, herkennen en selecteren is een andere openbare ruimte dan een straat met gewone camera’s. De uitdaging is daarom niet alleen om betere AI te bouwen, maar om vooraf grenzen te stellen aan wat we mensen willen laten ondergaan.

Want hoe vrij voelt een openbare ruimte nog wanneer je niet alleen wordt gezien, maar ook automatisch kunt worden geselecteerd?

Did you enjoy this article?

Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.

Across the AtmosphereDiscussions