Een VPN hoeft niet verboden te worden om onbruikbaar te worden
Een VPN-verbod lijkt voorlopig niet aan de orde. Het kabinet heeft opnieuw laten weten geen voorstander te zijn van het beperken of verbieden van VPN’s om leeftijdsgrenzen op internet te handhaven. VPN’s zijn volgens staatssecretaris Aerdts een belangrijke technologie voor veilige communicatie en hebben veel legitieme toepassingen. Dat standpunt is op zichzelf duidelijk. Maar het...
en VPN-verbod lijkt voorlopig niet aan de orde. Het kabinet heeft opnieuw laten weten geen voorstander te zijn van het beperken of verbieden van VPN’s om leeftijdsgrenzen op internet te handhaven. VPN’s zijn volgens staatssecretaris Aerdts een belangrijke technologie voor veilige communicatie en hebben veel legitieme toepassingen.
Dat standpunt is op zichzelf duidelijk. Maar het zegt nog niet alles over de toekomst van VPN-gebruik.
Een VPN hoeft namelijk niet verboden te worden om uiteindelijk steeds minder bruikbaar te worden.
Van verbieden naar blokkeren
Een VPN verbergt het oorspronkelijke IP-adres van een gebruiker en laat internetverkeer via een andere server lopen. Dat is nuttig voor privacy, beveiliging en het veilig gebruiken van openbare netwerken. Het maakt het bovendien mogelijk om niet overal direct zichtbaar te maken vanaf welke internetverbinding iemand een dienst benadert.
Maar een dienstverlener kan er ook voor kiezen om VPN-verkeer niet te accepteren. Commerciële VPN-servers gebruiken vaak IP-adressen die als zodanig herkenbaar zijn. Diensten kunnen die adressen verzamelen en blokkeren. De VPN zelf blijft dan volledig legaal, maar de gebruiker krijgt op die specifieke dienst geen toegang.
Dat gebeurt nu al. Ziggo waarschuwt bijvoorbeeld dat Ziggo GO vanwege uitzendrechten niet altijd werkt wanneer een VPN-verbinding wordt gebruikt. In de eigen community wordt bovendien beschreven dat commerciële VPN-adressen kunnen worden geblokkeerd zodra ze bij Ziggo bekend zijn.
Daarmee ontstaat een belangrijk verschil tussen juridische vrijheid en praktische vrijheid. Je mag een VPN gebruiken, maar een dienst kan tegelijkertijd zeggen: met deze verbinding krijg je geen toegang.
De ontwikkeling rond leeftijdsverificatie maakt dat interessanter
De discussie is extra relevant nu in Europa wordt gewerkt aan vormen van online leeftijdsverificatie. Aanleiding voor de Nederlandse Kamervragen waren uitspraken van Eurocommissaris Henna Virkkunen over het voorkomen van het omzeilen van leeftijdsverificatie.
De Nederlandse regering maakt daarbij een belangrijk onderscheid. Het kabinet wil VPN’s niet beperken of verbieden om leeftijdsgrenzen af te dwingen. Tegelijkertijd blijft het voorkomen van omzeiling van leeftijdsverificatie wel een Europees aandachtspunt.
Daar ontstaat een interessante spanning. Als een VPN niet mag worden verboden, maar het omzeilen van bepaalde toegangscontroles wel moet worden tegengegaan, zullen aanbieders van digitale diensten steeds meer reden hebben om VPN-verkeer te herkennen en te weigeren.
Dat hoeft niet centraal door een overheid te worden opgelegd. Het kan ook ontstaan door een optelsom van maatregelen van afzonderlijke platforms, streamingdiensten, webwinkels en andere online diensten.
Een internet waarop je verbinding wordt beoordeeld
Dat roept een bredere vraag op. Wat betekent digitale vrijheid nog wanneer niet alleen wordt gekeken wie je bent, maar ook hoe je verbinding tot stand komt?
Een gebruiker kan dan technisch gezien vrij zijn om een VPN te gebruiken. Maar als steeds meer diensten VPN-verbindingen blokkeren, ontstaat een internet waarop die keuze steeds minder praktisch wordt.
Hetzelfde principe kan verder worden doorgetrokken. Een dienst kan vragen om leeftijdsverificatie. Een andere dienst kan een bepaalde locatie vereisen. Weer een andere dienst kan een verbinding vanuit een bekend VPN-datacenter weigeren. Iedere afzonderlijke maatregel kan vanuit het perspectief van die dienst verklaarbaar zijn. Samen kunnen ze de ruimte waarin mensen anoniem of afgeschermd kunnen internetten wel steeds kleiner maken.
Dat is niet hetzelfde als censuur of een VPN-verbod. Die begrippen moeten we niet door elkaar halen. Maar het is wel een ontwikkeling die aandacht verdient wanneer privacy en vrijheid uitgangspunten zijn.
Een legaal hulpmiddel dat steeds minder mag meedoen
Juist daarom is de uitspraak van het kabinet interessant. Het is goed om vast te stellen dat Nederland op dit moment niet kiest voor een VPN-verbod. Maar daarmee is de discussie niet voorbij.
De relevante vraag voor de komende jaren is misschien minder of VPN’s verboden worden en meer welke digitale diensten ze nog accepteren.
Want er is een groot verschil tussen:
“Je mag een VPN gebruiken.”
en:
“Je mag een VPN gebruiken, maar onze dienst werkt er niet mee.”
Als die tweede zin op steeds meer plaatsen de werkelijkheid wordt, kan een technologie formeel legaal blijven en tegelijkertijd een steeds kleiner deel van haar praktische waarde behouden.
Digitale vrijheid gaat daarom niet alleen over wat de wet verbiedt. Ze gaat ook over de vraag of mensen in de praktijk de mogelijkheid houden om hun verbinding te beveiligen, hun privacy te beschermen en zelf te bepalen hoe zichtbaar ze online zijn.
Een VPN-verbod hoeft daarvoor niet eens nodig te zijn.
Did you enjoy this article?
Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.