Skip to content

Nieuwe inlichtingenwet: ook Kamerleden kunnen doelwit worden van digitale surveillance

De AIVD en MIVD krijgen ruimere bevoegdheden. Daarbij kunnen ook journalisten, advocaten en Kamerleden onderwerp worden van ingrijpende digitale bevoegdheden. Dat roept een fundamentele vraag op: hoe ver mag de overheid gaan in het verzamelen van gegevens van mensen die juist een belangrijke rol vervullen binnen een vrije samenleving? Nederland werkt aan een nieuwe Wet...

e AIVD en MIVD krijgen ruimere bevoegdheden. Daarbij kunnen ook journalisten, advocaten en Kamerleden onderwerp worden van ingrijpende digitale bevoegdheden. Dat roept een fundamentele vraag op: hoe ver mag de overheid gaan in het verzamelen van gegevens van mensen die juist een belangrijke rol vervullen binnen een vrije samenleving?

Nederland werkt aan een nieuwe Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv). Het wetsvoorstel moet de AIVD en MIVD beter in staat stellen om op te treden tegen onder meer cyberaanvallen, spionage en andere bedreigingen van de nationale veiligheid.

Als de overheid steeds krachtigere digitale middelen krijgt, moeten de grenzen en waarborgen minstens zo sterk meegroeien.

Ook een Kamerlid kan doelwit worden

De nieuwe wet maakt het mogelijk om bijzondere bevoegdheden in te zetten tegen leden van de Eerste en Tweede Kamer. Daaronder vallen ook ingrijpende digitale middelen.

Dat betekent concreet dat een Kamerlid onder voorwaarden doelwit kan worden van bijvoorbeeld een hackbevoegdheid.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend wanneer een Kamerlid daadwerkelijk betrokken zou zijn bij een ernstige bedreiging van de nationale veiligheid. Maar juist daarom is de vraag interessant: welke bescherming hoort iemand te krijgen wanneer die persoon tegelijkertijd volksvertegenwoordiger is?

Voor Kamerleden geldt in het voorstel een extra waarborg: voor de inzet van bepaalde bevoegdheden is vooraf toestemming van de rechtbank Den Haag nodig.

Ook journalisten en advocaten hebben een bijzondere positie. Bij journalisten gaat het onder meer om situaties waarin gegevens over journalistieke bronnen kunnen worden verkregen. Bij advocaten speelt het beroepsgeheim en de vertrouwelijke communicatie met cliënten een belangrijke rol.

Die bescherming betekent dus niet dat deze personen nooit doelwit kunnen zijn. Het betekent dat daarvoor aanvullende juridische waarborgen gelden.

De computer als toegangspoort

Dat onderscheid is belangrijk.

Een digitale aanval op een apparaat gaat immers veel verder dan het onderscheppen van één bericht. Wie toegang krijgt tot een telefoon of computer kan potentieel inzicht krijgen in communicatie, contacten, documenten, foto’s en andere informatie.

De discussie gaat daarom niet alleen over de vraag wie onderzocht mag worden, maar ook over de enorme hoeveelheid informatie die met moderne digitale middelen binnen bereik kan komen.

Daar komt bij dat de nieuwe wet de diensten meer ruimte moet geven om sneller te handelen. Volgens de overheid is dat noodzakelijk omdat digitale dreigingen zich snel ontwikkelen en de huidige wetgeving onvoldoende aansluit bij de technische werkelijkheid.

Toezichthouders waarschuwen

Juist op dit punt is de kritiek van de onafhankelijke toezichthouders relevant.

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) hebben zich kritisch uitgelaten over het wetsvoorstel. Volgens beide toezichthouders dreigt de balans tussen ruimere bevoegdheden en rechtsbescherming te verschuiven: bevoegdheden worden uitgebreid terwijl op verschillende punten waarborgen worden verminderd of uitgesteld.

Dat is geen detail voor juristen.

Het raakt aan een principe dat voor iedereen relevant is: de overheid beschikt over steeds krachtigere technologie om in te grijpen in de digitale levenssfeer van burgers. Juist daarom moeten de grenzen en controles minstens zo sterk meegroeien.

Veiligheid versus vrijheid?

Niemand zal betwisten dat Nederland zich moet kunnen beschermen tegen terrorisme, spionage en digitale aanvallen. Ook inlichtingendiensten moeten over effectieve middelen kunnen beschikken.

Maar veiligheid is geen vrijbrief om privacywaarborgen als hinderlijke obstakels te beschouwen.

Een samenleving waarin burgers, journalisten, advocaten en volksvertegenwoordigers weten dat hun digitale communicatie onder bepaalde omstandigheden toegankelijk kan worden gemaakt door de staat, verandert ook hun gedrag. De wetenschap dat communicatie mogelijk wordt gevolgd, kan ervoor zorgen dat mensen voorzichtiger worden met wat ze zeggen, met wie ze contact hebben en welke informatie ze delen.

Voor journalisten kan dat bijvoorbeeld gevolgen hebben voor bronnen die misstanden aan de kaak willen stellen. Voor advocaten kan vertrouwelijke communicatie onder druk komen te staan. En voor Kamerleden raakt het aan de onafhankelijke positie van de volksvertegenwoordiging.

Daarom is de discussie over deze wet groter dan de vraag of de AIVD en MIVD voldoende bevoegdheden hebben.

De echte vraag is hoeveel digitale macht een overheid mag krijgen — en hoeveel controle daar tegenover moet staan.

De burger kan nog reageren

De nieuwe Wbnv is op dit moment nog geen definitieve wet. Het wetsvoorstel ligt tot 11 oktober 2026 ter internetconsultatie. Burgers en organisaties kunnen hun reactie nog indienen.

Dat maakt dit onderwerp extra relevant. De keuzes die nu worden gemaakt, bepalen immers mede hoe ver de overheid in de toekomst digitaal kan gaan.

Digitale veiligheid is belangrijk.

Maar privacy, bronbescherming, vertrouwelijkheid en parlementaire onafhankelijkheid zijn óók onderdelen van een veilige vrije samenleving.

Did you enjoy this article?

Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.

Across the AtmosphereDiscussions