Skip to content

Digitale identiteit: vrijwillig, maar hoe lang nog?

De Europese digitale identiteit komt snel dichterbij. Uiterlijk eind 2026 moeten EU-landen hun burgers een Europese portemonnee voor digitale identiteit aanbieden. Daarmee kunnen mensen zich online en offline identificeren, digitale documenten bewaren en alleen bepaalde gegevens delen wanneer dat nodig is. Dat klinkt op papier als een ontwikkeling die privacy juist kan versterken. Geen complete...

e Europese digitale identiteit komt snel dichterbij. Uiterlijk eind 2026 moeten EU-landen hun burgers een Europese portemonnee voor digitale identiteit aanbieden. Daarmee kunnen mensen zich online en offline identificeren, digitale documenten bewaren en alleen bepaalde gegevens delen wanneer dat nodig is.

Dat klinkt op papier als een ontwikkeling die privacy juist kan versterken. Geen complete kopie van je identiteitsbewijs meer opsturen als alleen je leeftijd of identiteit nodig is. De Europese Commissie benadrukt dan ook dat gebruikers zelf moeten kunnen bepalen welke gegevens zij delen.

Maar de belangrijkste vraag is niet alleen wat een digitale identiteit technisch kan. De vraag is ook hoeveel keuzevrijheid er overblijft als digitale identificatie steeds verder onderdeel wordt van het dagelijks leven.

Van gemak naar infrastructuur

De Europese digitale identiteitswallet is bedoeld voor allerlei toepassingen. Denk aan overheidsdiensten, het openen van een bankrekening, het tonen van een digitaal rijbewijs, het ondertekenen van documenten en het delen van diploma’s of andere officiële gegevens.

De Europese Commissie stelt dat de wallet vrijwillig beschikbaar komt en dat gebruikers controle houden over hun gegevens. Tegelijk wordt de wallet onderdeel van een steeds groter Europees stelsel voor digitale identificatie. Meer dan 550 bedrijven en overheidsorganisaties in 26 EU-landen en enkele andere landen doen inmiddels mee aan grootschalige proefprojecten.

Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid: vrijwillig gebruik is iets anders dan vrijwillige afhankelijkheid.

Een digitale identiteit kan formeel een keuze blijven, terwijl organisaties haar in de praktijk steeds vaker als de gemakkelijkste manier van identificeren aanbieden. Als alternatieven omslachtiger, duurder of minder beschikbaar worden, verandert de betekenis van die keuze.

Niet iedereen wil een smartphone als identiteitsbewijs

Een recente ontwikkeling in Nederland laat zien dat dit vraagstuk breder is dan alleen de Europese wallet. Sinds 24 september 2026 kan de DigiD-app ook rechtstreeks op een computer worden gebruikt. Volgens de Rijksoverheid heeft ongeveer een miljoen mensen in Nederland geen smartphone.

Dat is een nuttige herinnering: digitale dienstverlening hoeft niet automatisch te betekenen dat iedereen een smartphone moet hebben, een bepaalde app moet installeren of voortdurend over hetzelfde apparaat moet beschikken.

Keuzevrijheid zit juist in het bestaan van meerdere manieren om toegang te krijgen.

En dan is er biometrie

Digitale identiteit wordt ook vaak in één adem genoemd met leeftijdsverificatie, identiteitscontroles en gezichtsherkenning. Dat zijn niet precies dezelfde toepassingen, maar ze raken wel aan hetzelfde fundamentele vraagstuk: hoeveel persoonlijke informatie moet iemand prijsgeven om iets simpels te mogen doen?

De Europese Commissie werkt bijvoorbeeld ook aan een leeftijdsverificatie-app die eind 2026 beschikbaar moet komen. Die moet het mogelijk maken om je leeftijd te bewijzen zonder onnodige persoonsgegevens te delen. De app kan bovendien worden geïntegreerd in Europese digitale identiteitswallets.

Dat kan privacyvriendelijker zijn dan telkens een volledig identiteitsdocument of een gezichtsscan te verlangen. Maar het maakt het des te belangrijker dat privacyvriendelijke alternatieven ook daadwerkelijk de norm blijven.

De echte test komt straks

De Europese digitale identiteit hoeft op zichzelf geen bedreiging voor privacy te zijn. Het principe dat iemand alleen noodzakelijke gegevens deelt, kan juist een verbetering zijn ten opzichte van de huidige praktijk.

De echte test komt wanneer de techniek op grote schaal wordt gebruikt.

Blijft er een bruikbaar alternatief voor mensen die de wallet niet willen gebruiken? Kun je diensten blijven gebruiken zonder biometrische gegevens af te staan? Wordt een smartphone ooit feitelijk een voorwaarde om volwaardig mee te doen? En blijft het voor organisaties verboden of onaantrekkelijk om méér gegevens te vragen dan voor hun dienst noodzakelijk zijn?

Dat zijn geen technische bijzaken. Het zijn vragen over autonomie, privacy en menselijke waardigheid.

De Europese digitale identiteit wordt de komende maanden steeds concreter. Juist daarom is het verstandig om nu al niet alleen te vragen wat de wallet kan, maar ook welke keuzes mensen behouden wanneer de wallet overal beschikbaar is.

Did you enjoy this article?

Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.

Across the AtmosphereDiscussions