Skip to content

Bouw gemeenschapsinfrastructuur!

Edwin Gardner
Sep 19, 202614 min read

oi, Edwin en Christiaan hier. In deze nieuwsbrief delen wij onze gedachten over maatschappelijke verschuivingen, historisch-futuristische denkramen, toekomstscenario’s en toekomstverbeeldingen.

We hopen dat jullie een fijne zomer hebben gehad en dat jullie het koel hebben weten te houden. Niet te zeer bevangen door hitte of door stress van het nu voelbaar veranderende klimaat. Gelukkig was er de zonsverduistering, om ons eraan te herinneren dat onze wereld nog steeds diep betoverd is en vol schoonheid.

We waren onlangs bij de ESA, bij een bijeenkomst van de Ambassade van de Maan. Hier werden we er door Katrien Kolenberg aan herinnerd dat de zon niet alleen 400 keer zo groot is als de maan, maar, bij waanzinnig kosmisch toeval, ook 400 keer zo ver staat als de maan – vanaf de aarde bezien. Deze onwaarschijnlijk toevallige uitlijning maakt een totale zonsverduistering mogelijk.

Toeval, of een sterk staaltje worldbuilding…

Speaking of worldbuilding, onze samenleving kan daar best wat stappen in maken. Hoewel we redelijk bedreven zijn in het (ver)bouwen van onze fysieke wereld, zijn we slecht in het bouwen aan onze sociale wereld. Deze laatste is immers subjectief van aard, vaak ontastbaar en moeilijk meetbaar. We sleutelen liever aan huizen dan aan gemeenschappen.

Dat breekt ons nu op. Daarvan mogen onder andere het internet en de massawoningbouw getuigen. In beide gevallen bouwen we voor de individuele gebruiker (of voor het kerngezin), maar zien we de gemeenschap over het hoofd. En dat zit gemeenschapsvorming in de weg.

Als alle features en functies van een systeem zijn afgestemd op het individu of alleen het kerngezin, hoe zorgen we dan voor het onderlinge vertrouwen dat een samenleving nodig heeft in tijden van verandering en crisis?

We leven in turbulente tijden. De digitale revolutie, de noodzaak tot klimaat- en natuurinclusiviteit, de geopolitieke onrust, het verschuivende mens- en wereldbeeld – het vraagt allemaal veel van de samenleving. Het vraagt aanpassingsvermogen, weerbaarheid en veerkracht.

Weerbare, veerkrachtige, nieuwsgierige en creatieve samenlevingen zijn samenlevingen waarin mensen elkaar vertrouwen, elkaar weten te vinden en waar we weer de de tijd, de energie en de zelfwaarde vinden om naar elkaar te luisteren en elkaar te helpen. Zodat we gezamenlijk weer vooruit kunnen kijken, in plaats van verdeeld achteruit. Of we staan samen sterk, of we vallen en falen wantrouwig, rancuneus en alleen.

Maar hoe bouw je aan dit soort sterke gemeenschappen? Want die vallen niet uit de lucht. Hoe bouw je aan gezamenlijkheid, aan onderling vertrouwen?

Aangezien Nederland toch van plan is om 400.000 huizen te bouwen, is dat wellicht een interessant vertrekpunt om deze vraag te verkennen. Want wat als we niet alleen huizen bouwen, maar buurten, en wijken en gemeenschappen?

*

Het afgelopen jaar maakten we een scenario voor een vastgoedontwikkelaar. In het scenario namen ze niet alleen verantwoordelijkheid voor de fysieke infrastructuur, maar ook voor de gemeenschapsinfrastructuur. Ze bouwden niet alleen huizen; ze bouwden buurten, inclusief sociale cohesie.

In het scenario leverde de ontwikkelaar, naast de gebouwen, ook de juridische, sociale en financiële infrastructuur die nodig is voor gezonde bottom-up gemeenschappen.

Denk bijvoorbeeld aan plug-and-play constructies voor lokale energiecoöperaties, wooncoöperaties, non-franchise-winkeliersverenigingen, moestuincomplexen en door jeugd- of studentenverenigingen gerunde restaurants, cafés, bioscopen of oppascentrales. Of denk aan een gezellige hoveniersvereniging voor de oudere buurtbewoner die de gevelwingerds, de wadi’s en helofytenfilters in de buurt bijhoudt (en zichzelf, al tuinierend, fit en fruitig houdt).

Geen van deze voorbeelden is innovatief, maar ze zijn ook niet de norm, ze zijn slechts de uitzondering die de regel bevestigt. En omdat ze haaks staan op de regel zijn ze moeilijk te realiseren. Ze sluiten namelijk slecht aan op bestaande bouwlogica’s, financiële logica’s en de wet- en regelgeving.

Wat als projectontwikkelaars de kaders van hun project vergroten en ruimte maken voor dit soort gemeenschapsinfrastructuur?

In ons scenario was het ontwikkelingsproject dus omvangrijker dan het bouwen van tastbare dingen. De projectontwikkelaar was nu ook verantwoordelijk voor het bouwen van al die ontastbare dingen die van een buurt een gemeenschap maken, een plek waar mensen zich gezien en geborgen voelen – dat was het echte onderliggende project.

En dat was even wennen. Stenen praten immers niet terug. Mensen wel.

Ze moesten in het scenario o.a. de financiële en juridische randvoorwaarden leveren van bijvoorbeeld een lokale energiecoöp, zodat de nieuwe bewoners van een buurt niet from scratch het wiel uit hoeven te vinden, maar meteen kunnen instappen. Maar daarnaast waren ze ook verantwoordelijk voor de sociaal-emotionele begeleiding die van de nieuwe bewoners volleerde coöperatieve tijgers zou maken.

Het bouwen van een nieuwe gemeenschap is namelijk niet alleen uitdagend voor de ontwikkelaar, ook nieuwe bewoners zijn het niet gewend. Op dit moment is woongeluk immers iets wat je consumeert, niet produceert. En gemeenschap iets je overkomt, niet bewust opbouwt.

De huizen waren in het scenario slechts het decor voor wat er echt toe deed: gezonde, veerkrachtige, lokale gemeenschappen. Buurtgevoel gebaseerd op ontmoeting, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheden.

Dat wilde overigens niet zeggen dat het fysieke bouwen in het scenario business as usual zou blijven. Als losse gebouwen niet langer je uitgangspunt zijn, dan ga je ook anders bouwen… en anders financieren... Al die veranderingen moeten weer geborgd worden door nieuwe wet- en regelgeving (waar overigens de laatste tijd interessante ontwikkelingen in zijn, zie hieronder).

Denken in gemeenschappen, in plaats van in huizen, is ver van de norm. Het vereist meer dan een koersverandering. Wat nodig is, is een paradigmaverschuiving. Een nieuw bewustzijn dat doorwerkt in alle lagen van de samenleving.

Op dit moment worden bewoners door bouwers, verhuurders en overheden aangesproken als huurders of kopers. Maar wat als deze worden aangesproken als buurtbewoners – en dan niet in ideologische of betuttelende termen, maar in puur praktische termen – zodat ze over zichzelf gaan nadenken als leden van een gemeenschap?

*

Stel je voor welke waarden je kinderen impliciet meekrijgen als ze opgroeien in een wijk waar de energie (van de zonnepanelen op de daken en de wijkbatterij op de hoek) is ondergebracht bij een lokale energiecoöperatie, met een inloopkantoortje op het lokale pleintje, gerund door gesalarieerde buren.

En waar, op datzelfde pleintje, naast de speeltuin, een lokale studentenvereniging zit die een buurtcafé runt, met gaarkeuken. De studenten draaien twee diensten per week in ruil voor een gratis studentenwoning in de wijk. In de zomer organiseren ze samen met hun buren op het pleintje – de verpleegkundige post en de wijkagent – een buitenbios.

En waar wat ouderen (ondersteunt door de scholen) ondertussen de buurt groen- en schoonhouden, de wijkmoestuin en de gereedschapsmeent draaien. Het is een buurt waar iedereen, van jong tot oud, elkaar kent en met elkaar samenwerkt, in verschillende bottom-up constellaties.

Opgroeien in zo’n buurt maakt dat je snapt dat burgerschap niet alleen rechten betekend, maar ook plichten. Dat gemeenschap geen luxeartikel is, maar iets dat jezelf moet produceren.

*

Gemeenschappen worden gevormd door bottom-up samenkomsten waarbij mensen informatie kunnen uitwisselen, waarden kunnen uitlijnen, gedeelde belangen kunnen identificeren en zichzelf kunnen organiseren om doelen te verwezenlijken. Op deze manier leren mensen elkaar niet alleen kennen, maar leren ze ook dat ze op elkaar kunnen leunen.

Deze samenkomsten vinden plaats in sociale contexten die je kan ontwerpen en cultiveren. Zo kan je als ontwikkelaar een speelpleintje bouwen, zoals nu al vaak wordt gedaan, waar ouders en kinderen samenkomen en elkaar leren kennen (en wellicht afspreken om samen het zwerfafval op te ruimen). Maar je kan ook andere contexten creëren, zoals de gereedschapsmeent waar pionier-bewoners vanaf dag één koffie, kennis en vaardigheden met elkaar kunnen delen, en zo de fundering voor onderlinge sociale verbinding leggen.

Het idee is dus dat naast huizen, straten en groen een ontwikkelaar de wijk oplevert met een wijkcoöperatie waar iedereen automatisch en verplicht lid van is, en dat mandaat en budget heeft om als in de wijk gezamenlijk zaken op te pakken en te organiseren. En wie betaald dat dan? Nou, misschien wel een combinatie van huurder, koper, de gemeente, het waterschap en de veiligheidsregio?

Om de inspiratie van onze vastgoedontwikkelaar aan te wakkeren, legden we een aantal casussen voor van al bestaande alternatieve gemeenschapsinfrastructuren. Wat als we deze een stuk normaler zouden maken en integraal met nieuwe woonwijken zouden opleveren? Zodat je naast het gezellig nestelen in je nieuwe huis, ook meteen een relatie met je kersverse lokale gemeenschap kan opbouwen.

Eigenaarschap: Van VvE naar WijkCoöp

Een belangrijke ingang voor gemeenschap-zijn is gedeeld eigenaarschap. De bekendste vorm hiervoor is de Vereniging van Eigenaars (VvE), een rechtspersoon die de projectontwikkelaar moet oprichten op het moment dat een gebouw wordt gesplitst in appartementen. Elke koper wordt verplicht lid en krijgt een stem in de VvE.

De VvE is een gemeenschapsvorm gebaseerd op waarden van de Homo Economicus: eigendom maakt je lid en contractuele verplichtingen zijn het bindmiddel. Het primaire doel is om samen het vastgoed te beheren en haar waarde te beschermen. Huurders die het gebouw bewonen hebben echter geen stem en zijn dus per definitie uitgesloten van deze gemeenschap.

Misschien is de VvE een geschikte vorm om vastgoedwaarde mee te bewaken, maar het is niet echt een geschikt vehikel om van een gebouw een gelijkwaardige en inclusieve gemeenschap te maken.

Hoe zou dat anders kunnen?

Een eerste stap is wellicht een soort VvE-plus. Neem bijvoorbeeld het GWL-terrein in Amsterdam. Hier dachten bewoners in de ontwerpfase mee met architecten en maakten ze een autoloze eco-wijk met een gedeelde openbare ruimte die nutstuinen en speelterreinen herbergt. Het beheer ervan is ondergebracht in een Koepelvereniging, waarvan de VvE’s, corporaties (tot vorig jaar) en de exploitant van het grand café lid zijn en waarvoor ze een lidmaatschapsbijdrage betalen. Tot voor kort waren de huurders lid via hun corporatie, maar nu moet de koepelvereniging een andere manier gaan vinden om de huurder direct aan te spreken.

[Image could not be imported]Het GWL-terrein

Een stap verder is om het eigenaarschap van een appartementengebouw helemaal te herdefiniëren. Zo zijn de bewoners van de Nieuwe Meent niet individueel eigenaar van hun stukje van het pand, maar collectief eigenaar van het hele gebouw en beheren ze dat via een vereniging en werkgroepen. Daarnaast hebben ze in de statuten opgenomen dat woningen betaalbaar moeten blijven door een winstverbod. Het gebouw zelf kan niet verkocht worden en is daarmee permanent uit de vastgoedmarkt gehaald. Meer weten over hoe dit allemaal zit? Check de website van De Nieuwe Meent.

De coöperatieve woonvorm zit overigens in de lift. Zo is voor de zomer de Wet Bevordering Wooncoöperaties aangenomen, die twee coöperatieve woon- en ontwikkelvormen aan de Woningwet toevoegt.

De initiatiefwet voegt twee nieuwe definities toe aan de Woningwet: de beheerwooncoöperatie, waarbij bewoners woningen met elkaar beheren, maar de woningcorporatie eigenaar blijft van de woningen, en de vastgoedwooncoöperatie, waarbij de bewoners woningen zelf ontwikkelen of overnemen.

Behalve De Nieuwe Meent zijn er nu overigens meerdere wooncoöperaties in ontwikkeling in Amsterdam.

Als je deze principes verder opschaalt naar de schaal van een wijk of buurt, dan krijg je zoiets als een Community Land Trust (CLT). Hiermee wordt het eigendom van de grond van een hele wijk uit de markt gehaald en ondergebracht in een buurtstichting of bewonersvereniging, zodat de gemeenschap regie heeft op de ontwikkeling van buurtvoorzieningen, de openbare ruimte en het groen. Het eigendom van de huizen en gebouwen in een CLT-wijk kan vervolgens op uiteenlopende manieren geregeld worden; van reguliere koopwoningen tot wooncoöperaties. In Nederland zijn er nu inmiddels meerdere CLT’s in ontwikkeling.

Voorzieningen: Van Markt naar Meent

Eigendom delen of op een andere manier samen verantwoordelijkheid dragen voor een stukje van je omgeving is een goede basis voor gemeenschapsvorming. Maar waarom zou dit moeten ophouden bij het beheren van stenen en groen?

Waarom zou je niet ook allerlei lokale voorzieningen zoals voeding, zorg, sport, mobiliteit, groenbeheer, ordehandhaving, afvalverwerking en energie laten wortelen in een lokale gemeenschap?

Als een gemeente een nieuwbouwwijk plant, is er over het algemeen een soort normenkader voor hoeveel supermarkten, zorgcentra, winkelruimte, horeca, laadpalen, parkeerplekken, bushaltes, bibliotheken, kinderdagverblijven, speeltuinen, etc. er in die wijk zouden moeten zijn. Deze worden vervolgens in de plannen getekend en via aanbestedingen wordt bepaald wie dat allemaal mag verzorgen. Waarschijnlijk is het commercieel aanbesteden en van buiten inkopen van wijkvoorzieningen niet het beste recept voor meer gemeenschapszin in een wijk.

Dat kan anders.

Wat als juist de lokale economische activiteit de lokale gemeenschap kan versterken? Dit was het uitgangspunt van de Afrikaanderwijk Coöp, die in 2013 door bewoners en marktkooplui werd opgericht in Rotterdam-Zuid. ‘Wat als we niet aanbesteden en uitbesteden, maar gaan inbesteden’, dachten ze, zodat het geld dat in en voor de wijk uitgeven wordt in de wijk blijft, zoals schoonmaak-, klus- en welzijnswerk. Dit alternatieve model wordt ook wel maatschappelijk aanbesteden genoemd.

Of wat als je als gemeenschap samen een lokale voorziening mogelijk kan maken, zoals een zwembad? In Zwolle is een groep van zesduizend bewoners al zo’n dertig jaar samen zowel eigenaar als exploitant van het openluchtbad. Begin jaren 90 werd het Openluchtbad namelijk met sluiting bedreigd, maar de buurt wist dit te voorkomen door het beheer over te nemen. Wie nu wil komen zwemmen, moet lid worden van de vereniging Vrienden Openluchtbad Zwolle én vrijwilligerswerk doen.

Dat bewoners een taak van de gemeente overnemen staat ook wel bekend als de Right to Challenge, of Uitdaagrecht. Als een groep bewoners meent dat ze een bepaalde publieke taak van de gemeente beter en/of goedkoper kan uitvoeren dan de gemeente zelf, dan kan deze taak, inclusief de daarvoor gealloceerde budgetten van de gemeente, overgenomen worden.

Het Uitdaagrecht is sinds 2025 verankerd in de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Ben je benieuwd naar wat je hier als gemeente of bewoner mee kan, check deze inspiratiegidsen.

Met minder bureaucratie en meer gemeenschapszin is het mogelijk allerlei zaken op lokaal niveau te organiseren, denk alleen al aan de opkomst van energiecoöperatieven, het thuisverplegingsmodel van Buurtzorg, of coöperatieve deelmobiliteit.

Natuur: Van grondexplotatie naar gemeenschapsgrond

Woningen en voorzieningen zijn uiteraard belangrijke bouwstenen in de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk, maar het kader waarin dit allemaal samenkomt is de grond waarop gebouwd wordt. Deze wordt vandaag vooral vormgegeven door planologische instituties waarin gemeentes en ontwikkelaars samenwerken en bewoners eindgebruikers zijn. Hierin is de grondexploitatie, ook wel de GREX, een allesbepalend sleutelinstituut.

De grondexploitatie vormt het financiële raamwerk waarmee een gemeente de kosten en opbrengsten van gebiedsontwikkeling berekent en vereffent. Kosten van bodemsanering, infrastructuur, openbare ruimte en planvorming worden afgezet tegen de opbrengsten van grondverkoop aan ontwikkelaars. De grond en daarmee de natuur worden voornamelijk rekenkundig benaderd. Als iets niet in monetaire termen te vatten is en daarmee niet op de balans gezet kan worden, dan telt het niet mee.

Wat als je de GREX zou kunnen upgraden naar een Landschapsexploitatie (LEX) die ook de ontwikkeling van natuurwaardes meeneemt, zoals een gezonde bodem, schoon water, biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid? Niet als sluitpost, maar als kern van de exploitatie, waarmee geldstromen aangeboord kunnen worden die traditioneel geen onderdeel van de GREX zijn: zoals rijkssubsidies voor natuur en klimaat, waterschapsbudgetten voor wateropgaven, provinciale landschapsfondsen, infrastructuurmiddelen via het fietsnetwerk, en in de toekomst wellicht gezondheids- en verzekeringsbaten?

Dit idee, om het landschap, de natuur en het water- en bodemsysteem als vertrekpunt voor gebiedsontwikkeling te nemen, is iets wat ontwikkelaar BPD in verschillende projecten al in de praktijk heeft gebracht.

Een LEX maakt de natuur van een wijk echter nog niet tot een gemeenschapsgrond, maar waarom eigenlijk niet? Dit zou toch goed te integreren moeten zijn? Een buurt kan zelf of in samenwerking met hoveniers het buurtgroen op zich nemen, zoals bij het GWL-terrein. Of waarom kan het groen in de wijk geen coöperatief beheerde voedselvoorziening zijn? Een coöperatieve wijkboerderij naar het herenboerenmodel, waarin de wijk eigenaar is van de boerderij, de boer in loondienst is, en de oogst naar de bewoners gaat.

*

De bovenstaande voorbeelden en het scenario waar we de ontwikkelaar in meenamen, spelen zich uiteraard af in een toekomst die is doordrenkt van Romantische waarden en normen, waar nieuwe bewoners lokale gemeenschap waarderen en zoeken. Waar lokale zelfredzaamheid en veerkracht belangrijk zijn. Niet alleen omdat mensen geborgenheid zoeken, maar ook omdat sociale zelfredzaamheid de sleutel is tot een weerbare samenleving, die niet aan het plunderen slaat als het elektriciteitsnet een paar dagen uitvalt.

Voor sommigen klonk het allemaal nogal betuttelend, maar onderliggend aan het scenario is de realisatie dat projectontwikkelaars nu ook opereren op basis van dwingende waarden; namelijk die van de Homo Economicus.

Door te bouwen voor de geïndividualiseerde bewoner, die steunt op onpersoonlijke instituties zodat hij of zij in relatieve vrijheid (maar onbekend en onbemind door de buurt) door het leven kan gaan, bouw je wel huizen maar sta je impliciet levende buurtgemeenschappen in de weg.

Ook dat is betutteling.

En met consequenties: want de gevolgen zijn een gefragmenteerde, geïsoleerde, niet-weerbare samenleving.

Wat men leerde was dat infrastructuur, of dit nu huizen of online protocollen zijn, altijd en immer waarden in zich meedraagt. Ook al denk je van niet. En dat deze waarden fundamenteel zijn voor onze slagkracht als samenleving.

Veel liefs, Christiaan & Edwin

♥️

PS 1: In het septembernummer van de Blauwe Kamer (tijdschrift voor stedenbouw en landschap) heeft Edwin een inleiding geschreven bij de beste afstudeerprojecten van 2026. Het nummer verschijnt op 2 oktober 2026.

PS 2: Dit najaar zal er werk uit Alles Komt Goed te zien zijn in de tentoonstelling Bright New World. De kracht van de verbeelding bij Museum Het Schip. Een van onze favoriete musea in Amsterdam, en dus een grote eer! Denk aan fragmenten uit het (nog te verschijnen) boek en originele tekeningen van de hand van Jan Cleijne en uiteraard prachtig werk van zowel Amsterdamse School-kunstenaars als andere eigentijdse makers.

PS 3: Ons Meesterschapsmaatschappij-panorama in het Maritiem Museum Rotterdam blijft nog tot maart 2027 staan – dus mocht je in de buurt zijn ga dat zien! Ben je toevallig tussen 29 oktober en 1 november in de buurt van Nantes (Frankrijk), dan kan je de originele tekening van de hand van Miel Vandepitte zien op het internationale sciencefictionfestival Les Utopiales.

Did you enjoy this article?

Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.

Across the AtmosphereDiscussions